1. Bereid de zalm voor
Snijd de zalmfilet in gelijkmatige stukken. Breng de blokjes op smaak met zout en peper en zet ze vervolgens even apart terwijl je de groenten en saus voorbereidt.
Door de zalm pas later aan de saus toe te voegen, wordt hij niet onnodig lang verhit. Dat is belangrijk omdat de vis volgens het recept slechts 5 tot 7 minuten hoeft te garen.
2. Bereid de groenten
Verhit de boter in een grote pan. Voeg de dun gesneden prei en de plakjes wortel toe zodra de boter warm is.
Bak de groenten totdat ze licht zacht beginnen te worden. Laat ze niet bruin worden. Het doel is dat de prei en wortel zachter worden terwijl hun kleur behouden blijft.
3. Voeg de bloem toe
Strooi de bloem over de groenten en roer voortdurend. Laat het mengsel ongeveer één minuut bakken terwijl je blijft roeren.
De bloem vormt samen met de boter de basis waarmee de saus later wordt gebonden. Zorg ervoor dat de bloem goed tussen de groenten wordt verdeeld voordat de bouillon wordt toegevoegd.
4. Voeg de bouillon geleidelijk toe
Giet de visbouillon of groentebouillon geleidelijk bij de groenten. Blijf voortdurend roeren terwijl je de vloeistof toevoegt om te voorkomen dat er klontjes in de saus ontstaan.
Laat het mengsel vervolgens enkele minuten koken totdat de saus iets dikker wordt. De structuur hoeft op dit moment nog niet volledig romig te zijn, omdat daarna ook de slagroom wordt toegevoegd.
5. Maak de saus romig
Voeg de 200 ml slagroom toe aan de pan en meng alles zorgvuldig door elkaar. Laat de saus rustig sudderen totdat hij glad en romig is geworden.
Roer regelmatig zodat de room gelijkmatig door de gebonden bouillon wordt opgenomen. De saus moet uiteindelijk een zachte structuur hebben die goed rond de groenten en later rond de zalm blijft hangen.
6. Voeg de zalm toe
Leg de gekruide zalmblokjes voorzichtig in de romige saus. Meng rustig zodat de stukken vis zoveel mogelijk heel blijven.
Laat de zalm gedurende 5 tot 7 minuten zachtjes sudderen. Volgens het recept moet de vis gaar zijn, maar tegelijkertijd sappig blijven. Laat de saus daarom niet onnodig lang doorkoken nadat de zalm is toegevoegd.
Waarom de zalm pas op het einde wordt toegevoegd
De groenten hebben meer tijd nodig om zacht te worden en de saus moet eerst worden gebonden voordat de vis erbij gaat. Door deze volgorde aan te houden, kan de zalm tijdens de laatste minuten rustig in de saus garen.
De aangegeven 5 tot 7 minuten zijn bedoeld om de zalm voldoende te garen zonder dat hij zijn sappige structuur verliest. De stukken hoeven tijdens het koken niet krachtig te worden geroerd.
Een gladde saus zonder klontjes
Een belangrijk moment in de bereiding is het toevoegen van de bouillon. Omdat er eerst bloem aan de groenten wordt toegevoegd, moet de vloeistof daarna geleidelijk worden ingeschonken terwijl je blijft roeren.
Op die manier kan de bloem zich gelijkmatig met de bouillon mengen. Na enkele minuten begint de saus vanzelf iets dikker te worden, waarna de room voor de romige afwerking zorgt.
De groenten zacht maar niet bruin bakken
De prei en wortel worden in boter gebakken totdat ze licht zacht zijn. Het recept geeft nadrukkelijk aan dat ze niet bruin moeten worden.
Bak ze daarom rustig en houd de kleur in de gaten. Ze vormen samen met de saus de basis van het gerecht en moeten na het bakken nog herkenbaar blijven tussen de stukjes zalm.
Vis- of groentebouillon
Voor de saus kan volgens het recept zowel visbouillon als groentebouillon worden gebruikt. De hoeveelheid blijft in beide gevallen hetzelfde: 200 ml.
De bouillon wordt gecombineerd met de bloem en later met de slagroom. Daardoor ontstaat een saus die zowel gebonden als romig is.
Serveren
Verdeel de warme zalmblanquette over de borden zodra de zalm gaar en sappig is en de saus een gladde, romige structuur heeft.
Werk het gerecht af met verse dille of gehakte bieslook. Beide worden pas bij het serveren toegevoegd en geven de zachte roomsaus een frisse kruidige toets.
Volgens het oorspronkelijke recept kan de zalmblanquette worden geserveerd met rijst of aardappelen. Beide passen bij de romige saus en maken er een compleet gerecht van.
Kort overzicht van de bereiding
Snijd eerst de zalm en breng hem op smaak met zout en peper. Bak daarna de prei en wortel zacht in boter zonder ze bruin te laten worden. Voeg de bloem toe en bak deze één minuut mee.
Schenk vervolgens geleidelijk 200 ml bouillon in de pan en roer tot de saus iets dikker wordt. Voeg daarna 200 ml slagroom toe en laat het geheel rustig sudderen tot een gladde, romige saus ontstaat.
Tot slot gaat de zalm in de pan. Laat hem 5 tot 7 minuten zachtjes garen, werk af met verse dille of bieslook en serveer met rijst of aardappelen.
