1. Maak het deeg
Doe het amandelmeel en kokosmeel in een grote mengkom. Voeg het bakpoeder en het zout toe en meng alles zorgvuldig door elkaar. Door de droge ingrediënten eerst goed te verdelen, voorkom je dat het bakpoeder of zout later op één plaats geconcentreerd blijft.
Voeg vervolgens de eieren, de naturel Griekse yoghurt en de olijfolie toe. Meng de ingrediënten rustig door elkaar totdat er een samenhangend deeg begint te ontstaan. Verwacht hierbij niet dezelfde structuur als bij klassiek brooddeeg van tarwemeel. Amandelmeel en kokosmeel gedragen zich anders en vormen geen elastisch deeg zoals traditioneel meel dat doet.
Vooral kokosmeel neemt tijdens het mengen vocht op. Daardoor kan het deeg eerst wat los of zacht lijken en korte tijd later steviger worden. Voeg daarom het lauwwarme water niet allemaal tegelijk toe.
Begin met een kleine hoeveelheid van de aangegeven 2-4 eetlepels water. Meng opnieuw en controleer daarna de structuur. Voeg alleen extra water toe wanneer het deeg nog te droog of te kruimelig aanvoelt om er nette porties van te kunnen vormen.
Het doel is een zacht en kneedbaar deeg dat goed bij elkaar blijft. Het moet soepel genoeg zijn om voorzichtig plat te drukken, maar niet zo nat dat het zijn vorm verliest. Door het water stap voor stap toe te voegen, heb je meer controle over die balans.
2. Laat het deeg rusten
Laat het deeg, wanneer de structuur goed is, 5-10 minuten rusten voordat je het verdeelt en vormt. Deze korte rusttijd geeft het amandelmeel en vooral het kokosmeel de gelegenheid om het aanwezige vocht gelijkmatiger op te nemen.
Na het rusten kan het deeg iets steviger en makkelijker hanteerbaar aanvoelen dan direct na het mengen. Dat helpt bij het vormen van de platbroden en verkleint de kans dat het deeg bij het verplaatsen uit elkaar valt.
Controleer na de rusttijd nogmaals de consistentie. Het deeg hoort nog steeds zacht en samenhangend te zijn. Omdat de meelsoorten vocht blijven opnemen, is het normaal dat de structuur iets verandert terwijl het deeg staat.
3. Verdeel en vorm de platbroden
Verdeel het deeg in 6-8 ongeveer gelijke delen. Probeer de porties vergelijkbaar van grootte te maken, zodat de afzonderlijke platbroden later ongeveer even snel bakken.
Rol elk deel voorzichtig tussen je handen tot een klein balletje. Het deeg is fijner en kwetsbaarder dan klassiek brooddeeg, dus werk rustig en oefen niet te veel druk uit.
Leg één deegballetje tussen twee vellen bakpapier. Druk het eerst voorzichtig met je hand iets platter en vorm het vervolgens verder tot een ronde plak van ongeveer 0,6 cm dik.
Het bakpapier is hierbij bijzonder handig, omdat het voorkomt dat het zachte deeg aan je handen of aan het werkoppervlak blijft kleven. Bovendien kun je het gevormde platbrood zo gemakkelijker opnemen zonder dat de randen breken.
Probeer de dikte zo gelijkmatig mogelijk te houden. Een te dunne rand kan sneller bruin worden, terwijl een veel dikker midden meer tijd nodig heeft om gaar te worden. Een gelijkmatige plak helpt daarom bij een rustige en regelmatige garing.
De vorm hoeft niet perfect rond te zijn. Een iets onregelmatige rand past juist goed bij de huisgemaakte uitstraling van deze platbroden en heeft geen invloed op de smaak.
4. Bak de platbroden in de pan
Verhit een koekenpan met antiaanbaklaag op middelhoog vuur. Laat de pan warm worden, maar voorkom dat de temperatuur te hoog oploopt.
Dat is bij dit deeg belangrijk, omdat de buitenkant relatief snel kleur kan krijgen. Wanneer het vuur te hoog staat, kan het oppervlak al donker worden terwijl het midden nog niet de gewenste structuur heeft bereikt.
Leg voorzichtig één gevormd platbrood in de warme pan. Bak het ongeveer 2-3 minuten aan de eerste kant. Laat het tijdens het bakken zoveel mogelijk met rust, zodat het deeg de kans krijgt stevig genoeg te worden om te kunnen draaien.
Kijk naar de onderkant voordat je het platbrood omdraait. Wanneer die licht goudbruin is en er enkele lichtbruine plekjes zichtbaar zijn, is het meestal het juiste moment om voorzichtig te keren.
Draai het platbrood rustig om en bak de tweede kant eveneens ongeveer 2-3 minuten. Ook hier is een licht goudbruine kleur het belangrijkste zichtbare teken. De buitenkant mag wat kleur krijgen, terwijl de binnenkant zacht moet blijven.
Herhaal dit met de overige deegporties. Houd het vuur tijdens het bakken in de gaten. Wanneer volgende platbroden sneller donker kleuren dan de eerste, kan de pan inmiddels warmer zijn geworden en kan het nodig zijn de temperatuur iets lager te zetten.
Leg de gebakken platbroden na elkaar opzij terwijl je de rest bakt. Behandel ze voorzichtig zolang ze nog zeer warm zijn, omdat de structuur dan extra zacht kan zijn.
De knoflooktopping maken
5. Meng de knoflookboter
Terwijl de platbroden worden gebakken, kun je de topping voorbereiden. Doe de 2 eetlepels gesmolten boter of olijfolie in een kleine kom.
Voeg de 2-3 fijngehakte teentjes knoflook toe. Hoe fijner de knoflook is gehakt, hoe gelijkmatiger deze later over de bovenkant van het brood kan worden verdeeld.
Voeg vervolgens de eetlepel fijngehakte verse peterselie en een snufje zout toe. Roer alles goed door elkaar totdat de knoflook en peterselie gelijkmatig in de boter of olie zijn verdeeld.
Deze topping is eenvoudig, maar bepaalt voor een groot deel het karakter van het uiteindelijke platbrood. De combinatie van warme boter of olijfolie, knoflook en verse peterselie geeft het oppervlak een uitgesproken geur en zorgt ervoor dat het brood direct na het bakken rijker smaakt.
6. Bestrijk de warme platbroden
Bestrijk elk platbrood bij voorkeur meteen nadat het uit de pan komt. Wanneer het oppervlak nog warm is, verspreidt de gesmolten boter of olie zich gemakkelijk en komen de aroma’s van knoflook en peterselie duidelijk naar voren.
Gebruik een kwast of een lepel om de topping over het volledige oppervlak te verdelen. Zorg ervoor dat niet alle knoflook en peterselie op één plek terechtkomen, maar verdeel de stukjes zo gelijkmatig mogelijk.
Werk op dezelfde manier verder totdat alle platbroden zijn gebakken en bestreken. Wie een krachtigere knoflooksmaak wil, kan bij het verdelen van de bestaande topping zorgen dat op ieder platbrood voldoende fijngehakte knoflook en peterselie terechtkomt.
Hoe hoort het eindresultaat eruit te zien?
Een goed gebakken platbrood is zacht en soepel, met een licht goudbruine buitenkant. Op het oppervlak kunnen hier en daar donkerdere, lichtbruine plekjes zichtbaar zijn die tijdens het bakken in de pan ontstaan.
De binnenkant hoort niet droog of hard te zijn. Door de eieren, yoghurt en de juiste hoeveelheid vocht blijft het brood zachter, terwijl het amandelmeel en kokosmeel voldoende structuur geven om het platbrood vast te houden en te vullen.
Qua gebruik doet het denken aan een zacht knoflookplatbrood of naanachtig brood, al is de structuur door het gebruik van amandelmeel en kokosmeel vanzelfsprekend anders dan bij een traditioneel brood op basis van tarwemeel.
De knoflooktopping geeft niet alleen extra smaak, maar zorgt ook voor een rijker mondgevoel aan het oppervlak. Vooral wanneer het platbrood nog warm wordt gegeten, is het verschil tussen de zachte binnenkant en de aromatische bovenkant duidelijk merkbaar.
Tips voor het beste resultaat
Bak op middelhoog vuur. Een te hete pan kan ervoor zorgen dat de buitenkant snel donker wordt terwijl het midden nog niet goed gaar is.
Voeg het water geleidelijk toe. Begin met weinig en voeg alleen extra water toe wanneer het deeg te droog blijft om goed te vormen.
Geef het deeg tijd om vocht op te nemen. De rusttijd van 5-10 minuten helpt vooral het kokosmeel om het aanwezige vocht te absorberen.
Werk tussen bakpapier. Hierdoor kun je het zachte deeg makkelijker platmaken zonder dat het blijft plakken of scheurt.
Houd de dikte gelijkmatig. Wanneer het midden veel dikker is dan de randen, kan het platbrood ongelijkmatig bakken.
Draai voorzichtig om. Wacht tot de eerste kant voldoende stevig en goudbruin is voordat je het brood keert.
Bestrijk het brood terwijl het warm is. Zo verdeelt de knoflookboter zich gemakkelijk en komt het aroma goed tot zijn recht.
Serveren
Dit zachte knoflookplatbrood smaakt het lekkerst vers en warm, kort nadat het uit de pan komt en met de knoflook-peterselietopping is bestreken.
Je kunt het serveren als bijgerecht bij gegrild vlees of naast een hoofdgerecht waarbij je normaal gesproken brood zou eten. De zachte structuur maakt het ook geschikt om stukjes af te scheuren en in dipsauzen te gebruiken.
Omdat het platbrood soepel is, kan het daarnaast dienstdoen als basis voor een eenvoudige sandwich of wrap. Gebruik het voorzichtig wanneer het nog zeer warm is en laat het indien nodig heel even liggen zodat de structuur wat steviger wordt.
Ook zonder verdere toevoegingen is het platbrood geschikt als eenvoudig bijgerecht. De knoflook, peterselie en boter of olijfolie geven al voldoende aroma om het brood op zichzelf te serveren.
Bewaren en opnieuw serveren
Deze platbroden zijn het aantrekkelijkst wanneer ze vers worden gegeten, omdat de binnenkant dan het zachtst is en de knoflooktopping nog duidelijk aromatisch is.
Wanneer je ze eerder maakt, laat ze dan eerst afkoelen voordat je ze bewaart. Zo voorkom je dat overtollige warmte en vocht direct rond het brood blijven hangen en de structuur onnodig veranderen.
Bij opnieuw serveren is het belangrijkste dat het platbrood weer aangenaam zacht wordt zonder het te lang te verhitten, omdat langdurige verhitting de structuur droger kan maken. Houd de platbroden daarom tijdens het opwarmen goed in de gaten.
Geschatte voedingswaarde
Per platbrood wordt in het oorspronkelijke recept een geschatte hoeveelheid netto koolhydraten van ongeveer 4-6 g genoemd. Daarnaast heeft het platbrood een relatief hoger vetgehalte en een matig eiwitgehalte.
De exacte voedingswaarde kan verschillen afhankelijk van de gebruikte ingrediënten en van de vraag of je het deeg in 6 of in 8 porties verdeelt. Kleinere platbroden leveren vanzelfsprekend een andere voedingswaarde per stuk dan grotere porties uit dezelfde totale hoeveelheid deeg.
Wie de koolhydraatinname om medische redenen nauwkeurig moet volgen, kan daarom het beste uitgaan van de voedingswaarden van de daadwerkelijk gebruikte ingrediënten en de eigen portiegrootte.
Waarom de structuur anders is dan klassiek brood
Dit recept bevat geen traditioneel tarwemeel. Daardoor voelt het deeg tijdens het mengen, vormen en bakken anders aan dan klassiek brooddeeg.
Amandelmeel geeft het deeg een zachte, rijke basis, terwijl kokosmeel relatief veel vocht opneemt. De eieren en Griekse yoghurt helpen de ingrediënten samen te houden en dragen bij aan de zachte textuur.
Juist daarom is het belangrijk om het water voorzichtig toe te voegen en het deeg enkele minuten rust te geven. Een kleine verandering in de hoeveelheid vocht kan bij deze meelsoorten duidelijk merkbaar zijn in de uiteindelijke structuur.
Verwacht dus geen rekbaar deeg dat op dezelfde manier kan worden gekneed als een traditioneel brooddeeg. Het doel is hier een zacht, vormbaar mengsel dat voorzichtig tot platte rondjes kan worden gedrukt.
Samenvatting
Dit zachte knoflookplatbrood biedt een eenvoudige manier om thuis een broodachtig bijgerecht te maken op basis van amandelmeel en kokosmeel.
De bereiding begint met het zorgvuldig mengen van de droge ingrediënten. Daarna worden de eieren, Griekse yoghurt en olijfolie toegevoegd en wordt met 2-4 eetlepels lauw water de gewenste zachte, vormbare structuur bereikt.
Na een rusttijd van 5-10 minuten wordt het deeg in 6-8 porties verdeeld. Iedere portie wordt tussen bakpapier tot ongeveer 0,6 cm dik gevormd en vervolgens op middelhoog vuur aan beide kanten ongeveer 2-3 minuten gebakken.
De warme platbroden worden direct bestreken met een mengsel van gesmolten boter of olijfolie, fijngehakte knoflook, verse peterselie en een snufje zout.
Het eindresultaat is zacht, soepel en licht goudbruin, met een uitgesproken knoflookaroma. Serveer het warm bij gegrild vlees, met dipsauzen, als eenvoudig bijgerecht of gebruik het als zachte basis voor een sandwich of wrap.
De belangrijkste aandachtspunten zijn eenvoudig: voeg het water geleidelijk toe, laat het deeg kort rusten, vorm het voorzichtig tussen bakpapier, gebruik geen te hoog vuur en bestrijk de platbroden direct na het bakken met de knoflooktopping. Op die manier blijft de bereiding overzichtelijk en komt de zachte structuur van het platbrood het beste tot zijn recht.
