Bereid de appelvulling. Schil de appels en rasp ze boven een kom. Probeer de appel zo gelijkmatig mogelijk te raspen, zodat de vulling straks gemakkelijk over het bladerdeeg kan worden verdeeld.Voeg de 50 g suiker en 1 tl gemalen kaneel toe. Meng alles zorgvuldig door elkaar, zodat de suiker en kaneel niet alleen bovenop blijven liggen maar goed tussen de geraspte appel terechtkomen. Tijdens het mengen wordt de karakteristieke geur van appel en kaneel al duidelijk merkbaar.
Rol het bladerdeeg uit. Leg het bladerdeeg op het werkblad en rol het uit tot een rechthoek van ongeveer 3-4 mm dik. Probeer overal ongeveer dezelfde dikte aan te houden. Een gelijkmatig uitgerolde deeglap maakt het later gemakkelijker om een nette rol te vormen en plakjes van vergelijkbare grootte te snijden.Werk voorzichtig zodat het bladerdeeg niet scheurt. De rechthoek hoeft niet volmaakt te zijn, maar een redelijk gelijkmatige vorm helpt om de appelvulling goed te verdelen en het deeg vervolgens strak op te rollen.
Verdeel de appelvulling. Schep het appelmengsel op het uitgerolde bladerdeeg en verdeel het gelijkmatig over het oppervlak. Zorg ervoor dat niet alle appel op één gedeelte van het deeg terechtkomt. Een gelijkmatige laag geeft ieder broodje straks ongeveer dezelfde verhouding tussen bladerdeeg en sappige appelvulling.Laat rondom ongeveer 1 cm van de rand vrij. Die kleine vrije rand is belangrijk: wanneer het deeg wordt opgerold, krijgt de vulling ruimte om zich te verdelen zonder direct langs de zijkanten naar buiten te worden gedrukt. Gebruik daarom liever geen overmatige druk tijdens het verdelen van de appels.
Rol het deeg op. Begin aan één zijde en rol het bladerdeeg voorzichtig op tot een strakke rol. Werk rustig en gelijkmatig. De rol moet stevig genoeg zijn om zijn vorm te behouden wanneer je hem aansnijdt, maar probeer het deeg niet zo hard samen te drukken dat de appelvulling eruit wordt geperst.Let tijdens het oprollen vooral op de uiteinden. Als daar wat appel naar buiten dreigt te komen, kun je de vulling voorzichtig binnen de deegrand houden. Uiteindelijk moet je een langwerpige bladerdeegrol krijgen waarin de appelvulling mooi is opgesloten.
Snijd de rol in plakjes. Snijd de opgerolde deegrol in cirkels van ongeveer 2 cm dik. Probeer de plakjes ongeveer even dik te maken. Dat helpt niet alleen voor een mooie presentatie, maar zorgt er ook voor dat de broodjes tijdens het bakken ongeveer tegelijkertijd goudbruin worden.Druk tijdens het snijden niet onnodig hard op de rol, zodat de ronde vorm zo goed mogelijk behouden blijft en de appelvulling tussen de laagjes blijft zitten.
De appelbroodjes bakken
Leg de broodjes op de bakplaat. Bekleed een bakplaat met bakpapier en verdeel de gesneden bladerdeegcirkels over de plaat. Leg ze netjes neer en zorg ervoor dat ze hun ronde vorm zoveel mogelijk behouden.
Bestrijk met ei. Klop het ei los en bestrijk de bovenkant van ieder broodje ermee. Verdeel het ei in een dunne, gelijkmatige laag over het zichtbare bladerdeeg. Dit helpt het deeg tijdens het bakken die aantrekkelijke goudbruine uitstraling te krijgen.Werk zorgvuldig langs de bovenkant en voorkom dat er grote hoeveelheden losgeklopt ei op één plek blijven liggen. Een dunne laag is voldoende om de buitenkant mooi te laten kleuren.
Bak de appelbroodjes. Verwarm de oven voor op 180 °C. Plaats de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak de broodjes gedurende ongeveer 25-30 minuten.Houd vooral tegen het einde van de baktijd de kleur in de gaten. De appelbroodjes zijn klaar wanneer het bladerdeeg mooi goudbruin is. De buitenkant krijgt tijdens het bakken meer structuur, terwijl de appelvulling binnenin zacht en sappig wordt. De kaneel zorgt tegelijkertijd voor een warme, herkenbare geur.
Laat kort afkoelen. Haal de goudbruine appelbroodjes uit de oven en laat ze iets afkoelen voordat je ze serveert. Direct uit de oven is vooral de appelvulling nog erg warm. Door de broodjes even te laten staan, kunnen ze iets afkoelen terwijl de buitenkant zijn lekkere bladerdeegstructuur behoudt.
Serveer. Serveer de appelbroodjes met een beetje poedersuiker. De lichte laag poedersuiker vormt een eenvoudige afwerking en past mooi bij de zoete appel-kaneelvulling.
Waar let je op tijdens de bereiding?
Vooral het gelijkmatig verdelen van de vulling en het zorgvuldig oprollen van het bladerdeeg maken verschil. Wanneer de appelvulling overal ongeveer even dik ligt, krijg je na het aansnijden broodjes waarin de appel mooi tussen de deeglagen verdeeld zit.
Laat bovendien de aangegeven rand van ongeveer 1 cm vrij. Het kan verleidelijk zijn om de volledige deeglap met appel te bedekken, maar dan kan de vulling gemakkelijker naar buiten komen tijdens het oprollen. Die kleine vrije rand maakt het vormen van de rol een stuk eenvoudiger.
Ook bij het snijden is rustig werken belangrijk. De plakjes hoeven er niet allemaal exact hetzelfde uit te zien, maar een dikte van ongeveer 2 cm zorgt ervoor dat ze qua formaat dicht bij elkaar blijven en gelijkmatiger kunnen bakken.
Tip voor extra smaak
Om het dessert nog lekkerder te maken, kun je een handjevol gehakte noten, rozijnen of een beetje vanillesuiker aan de appels toevoegen. Meng de gekozen toevoeging samen met de appel, suiker en kaneel, zodat deze gelijkmatig over de vulling wordt verdeeld.
Je kunt het basisrecept natuurlijk ook precies houden zoals het is. Alleen de combinatie van geraspte appel, suiker en kaneel geeft de broodjes al hun kenmerkende zoete, fruitige en kruidige smaak.
Serveren
Deze appelbroodjes zijn heerlijk wanneer ze nog een beetje warm zijn, maar laat ze na het bakken eerst iets afkoelen. Bestrooi ze vlak voor het serveren met een beetje poedersuiker en zet ze op tafel bij koffie of thee. Door hun kleine formaat zijn ze gemakkelijk afzonderlijk te serveren.
Het contrast maakt dit eenvoudige dessert zo aantrekkelijk: goudbruin bladerdeeg aan de buitenkant en een zachte, geurige en sappige appelvulling aan de binnenkant. Kaneel geeft de appels bovendien die klassieke smaak die sterk doet denken aan traditioneel huisgemaakt appelgebak.
Het resultaat
Het resultaat? Zachte, geurige en sappige appelbroodjes die net zo lekker smaken als die van oma, maar die verrassend eenvoudig te bereiden zijn. Met een paar gewone ingrediënten maak je van bladerdeeg en appels een huisgemaakte traktatie die zowel bij een rustig koffiemoment als bij onverwacht bezoek goed van pas komt.
Je kunt ze bovendien in twee porties maken. Zo blijft het recept praktisch wanneer je niet alles tegelijk wilt bereiden of wanneer je op verschillende momenten van deze eenvoudige appeltraktatie wilt genieten.
Volg onze pagina, like en deel dit artikel en help mee om het te verspreiden. Misschien inspireer je je vrienden wel om dit eenvoudige, zelfgemaakte wonder ook eens te proberen.
