1. Bereid het deeg
Meng in een grote kom de warme melk met de actieve droge gist. De melk moet ongeveer 43°C zijn. Laat het mengsel vervolgens 5-10 minuten staan, totdat de gist zichtbaar schuimig wordt. Dit is een belangrijk eerste moment in het recept, omdat het schuim laat zien dat de gist actief is voordat de overige ingrediënten worden toegevoegd.
Voeg de kristalsuiker, de eieren, de gesmolten ongezouten boter en het zout toe. Roer alles goed door elkaar zodat de ingrediënten gelijkmatig door het melkmengsel worden verdeeld. Het mengsel hoeft op dit punt nog niet op deeg te lijken; de structuur ontstaat geleidelijk wanneer het meel wordt toegevoegd.
Voeg vervolgens het meel geleidelijk toe, ongeveer 1 kopje per keer. Meng na iedere toevoeging zodat het meel de kans krijgt om vocht op te nemen. Blijf meel toevoegen totdat er een samenhangend deeg ontstaat dat van de kom begint los te komen.
Omdat in het recept 3 ½ – 4 kopjes meel wordt gebruikt, is het verstandig om niet automatisch alle bloem in één keer toe te voegen. Kijk vooral naar de structuur van het deeg. Het uiteindelijke deeg moet zacht zijn, maar niet plakkerig.
Kneed het deeg vervolgens 6-8 minuten met de hand of met een deeghaak. Tijdens het kneden wordt het deeg steeds gladder en gelijkmatiger. Goed gekneed deeg voelt zacht en soepel aan en vormt een samenhangende massa zonder voortdurend aan de handen of de kom te blijven kleven.
Doe het geknede deeg in een ingevette kom. Dek de kom af en laat het deeg 1 tot 1,5 uur rijzen, of totdat het volume ongeveer is verdubbeld. Let daarbij vooral op het volume van het deeg en niet uitsluitend op de klok. De eerste rijs zorgt voor de luchtige structuur die kenmerkend is voor zachte kaneelbroodjes.
2. Bereid de kaneel-walnootvulling
Terwijl het deeg rijst, kun je de vulling voorbereiden. Meng de zachte ongezouten boter met de stevig aangedrukte bruine suiker en de gemalen kaneel. Meng totdat de ingrediënten samen een gelijkmatige pasta vormen. Een goed gemengde vulling is gemakkelijker over het uitgerolde deeg te verdelen en helpt ervoor te zorgen dat iedere rol een vergelijkbare hoeveelheid kaneelsuiker bevat.
Rooster de gehakte walnoten lichtjes in een droge pan. Dit is optioneel, maar aanbevolen. Houd de walnoten tijdens het roosteren goed in de gaten en beweeg ze regelmatig door de pan, zodat ze gelijkmatig worden geroosterd. Zodra hun geroosterde aroma duidelijker wordt, zijn ze klaar om voor de vulling te worden gebruikt.
Laat de walnoten na het roosteren voldoende afkoelen voordat je ze over het deeg verdeelt. Zo blijft de zachte boter-kaneelvulling mooi op zijn plaats.
3. Rol het deeg uit
Zodra het deeg ongeveer in volume is verdubbeld, druk je het voorzichtig plat. Hiermee verwijder je een deel van de grotere luchtbellen en wordt het gemakkelijker om het deeg gelijkmatig uit te rollen.
Rol het deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 35 x 45 cm. Probeer een zo gelijkmatig mogelijke dikte te behouden. Een gelijkmatig uitgerolde rechthoek helpt later om twaalf broodjes te krijgen die ongeveer dezelfde grootte hebben en daardoor gelijkmatiger bakken.
Verdeel de kaneel-suikervulling gelijkmatig over het deeg. Werk rustig en zorg ervoor dat de zachte boter, bruine suiker en kaneel zoveel mogelijk over het hele oppervlak worden verdeeld. Hierdoor krijgt iedere opgerolde laag straks die herkenbare zoete kaneelvulling.
Bestrooi de vulling vervolgens gelijkmatig met de geroosterde, gehakte walnoten. Probeer te voorkomen dat alle walnoten op één gedeelte terechtkomen. Een gelijkmatige verdeling zorgt ervoor dat in iedere sliert en ieder broodje zowel kaneelsuiker als walnoot aanwezig is.
De kaneelbroodjes vormen en laten rijzen
4. Rol het deeg op
Rol het gevulde deeg vanaf de lange zijde strak op tot een lange rol. Werk geleidelijk van de ene kant naar de andere, zodat de rol overal ongeveer even dik blijft. Het deeg hoeft niet extreem hard te worden aangedrukt, maar een redelijk strakke rol helpt wel om de karakteristieke spiraalvorm van de kaneelbroodjes te behouden.
Een gelijkmatige rol is vooral belangrijk omdat deze daarna in twaalf gelijke stukken wordt verdeeld. Wanneer het ene uiteinde veel dikker is dan het andere, kunnen de broodjes tijdens het bakken verschillend van formaat worden.
5. Verdeel in 12 broodjes
Snijd de lange deegrol in 12 gelijke rollen. Probeer de stukken zo gelijk mogelijk te maken, zodat ze tijdens het bakken ongeveer tegelijkertijd gaar en goudbruin worden.
Leg de twaalf rollen in een ingevette ovenschaal van 23 x 33 cm. Plaats ze met de opgerolde kant zichtbaar naar boven, zodat de kaneel-walnootspiralen mooi te zien zijn.
Dek de ovenschaal af en laat de gevormde broodjes nog 30-40 minuten rijzen. Tijdens deze tweede rijs worden de broodjes opnieuw luchtiger. Ze zullen in volume toenemen en dichter naar elkaar toe komen te liggen. Deze tweede rijs is belangrijk voor de uiteindelijke zachte en luchtige structuur, dus geef het deeg de aangegeven tijd voordat het de oven in gaat.
6. Bak de broodjes
Verwarm de oven voor op 175 °C. Zorg ervoor dat de oven op temperatuur is voordat de ovenschaal erin wordt geplaatst, zodat het bakproces meteen gelijkmatig kan beginnen.
Bak de kaneel-walnootbroodjes 20-25 minuten, totdat ze goudbruin en stevig zijn. Kijk daarbij naar zowel de kleur als de structuur. De bovenkant moet een aantrekkelijke goudbruine tint krijgen, terwijl de broodjes stevig genoeg moeten zijn om hun vorm te behouden.
Bak ze niet onnodig langer dan aangegeven. Een iets zachtere binnenkant past juist bij deze broodjes en voorkomt dat het deeg droog wordt. De combinatie van een goudbruine buitenkant en een zachte binnenkant geeft het beste resultaat.
Haal de ovenschaal uit de oven en laat de broodjes iets afkoelen voordat je het roomkaasglazuur aanbrengt. Hoe lang je ze laat afkoelen, bepaalt mede hoe het glazuur zich gedraagt: op warme broodjes wordt het zachter en smeuïger, terwijl het op verder afgekoelde broodjes dikker blijft.
Roomkaasglazuur maken
Klop de zachte roomkaas en zachte ongezouten boter samen tot een glad mengsel. Zorg ervoor dat beide ingrediënten goed met elkaar zijn vermengd voordat je verdergaat. Een gladde basis voorkomt dat er duidelijke stukjes boter of roomkaas in het uiteindelijke glazuur achterblijven.
Voeg daarna de poedersuiker, het vanille-extract en een snufje zout toe. Meng alles tot een rijk, glad en zijdezacht glazuur. De poedersuiker geeft het glazuur zijn zoete smaak en structuur, terwijl vanille en het snufje zout de smaak van de roomkaas en boter aanvullen.
Smeer het roomkaasglazuur over de kaneelbroodjes. Voor een extra smeuïg resultaat kun je dit doen terwijl de broodjes nog warm zijn. Door de warmte wordt het glazuur zachter en kan het gedeeltelijk over en tussen de warme spiralen lopen.
Wil je juist een dikkere, duidelijk zichtbare laag roomkaasglazuur, laat de broodjes dan eerst verder afkoelen. Het glazuur blijft dan steviger bovenop liggen en behoudt meer van zijn oorspronkelijke dikte.
Serveren
Serveer de kaneel-walnootbroodjes bij voorkeur wanneer ze nog aangenaam zacht zijn. De combinatie van het luchtige deeg, de warme kaneelsuiker, de geroosterde walnoten en het romige glazuur maakt ze bijzonder geschikt voor een zoet ontbijt of een uitgebreide brunch.
Geniet van een broodje met een kopje koffie of chai. De warme smaken van kaneel en geroosterde walnoten passen goed bij een warme drank en maken de broodjes geschikt voor zowel een rustig ontbijt als een feestelijk brunchmoment.
Voor extra knapperigheid kunnen de broodjes worden gegarneerd met extra geroosterde walnoten. Een besprenkeling met karamel kan volgens het oorspronkelijke recept eveneens worden gebruikt voor een verrassende twist.
Tips voor perfecte kaneel-walnootbroodjes
Let op de temperatuur van de melk: gebruik warme melk van ongeveer 43°C zoals aangegeven. Meng de gist met de melk en geef het mengsel 5-10 minuten de tijd om schuimig te worden.
Voeg het meel geleidelijk toe: het recept geeft 3 ½ – 4 kopjes aan. Voeg het daarom stap voor stap toe en beoordeel ondertussen de structuur van het deeg.
Let op de juiste deegstructuur: na het kneden moet het deeg zacht zijn, maar niet plakkerig.
Geef het deeg voldoende rijstijd: laat het tijdens de eerste rijs 1 tot 1,5 uur staan, of totdat het volume is verdubbeld. Na het vormen volgt nog een tweede rijs van 30-40 minuten.
Verdeel de vulling gelijkmatig: een gelijkmatige laag kaneel-suikerpasta en walnoten zorgt ervoor dat iedere rol dezelfde rijke vulling krijgt.
Rol vanaf de lange zijde: zo ontstaat de lange rol die vervolgens in 12 gelijke broodjes kan worden gesneden.
Bak niet te lang: 20-25 minuten op 175 °C is voldoende volgens het recept. De broodjes moeten goudbruin en stevig zijn, maar van binnen zacht blijven.
Kies zelf de structuur van het glazuur: op warme broodjes wordt het roomkaasglazuur zachter en smeuïger; op afgekoelde broodjes blijft het dikker.
Voorbereiden voor de volgende ochtend
Deze kaneel-walnootbroodjes kunnen vooraf worden voorbereid. Maak de broodjes de avond ervoor klaar, zodat je ze ‘s ochtends vers kunt afbakken. Dit is vooral praktisch wanneer je ze voor een ontbijt, brunch of feestelijk moment wilt serveren en niet alle voorbereiding op dezelfde ochtend wilt doen.
Door het vormen vooraf te doen, blijft er ‘s ochtends vooral het afbakken en afwerken met het roomkaasglazuur over. Zo kun je de broodjes vers serveren zonder dat je het volledige recept vanaf het deeg hoeft te beginnen.
Het eindresultaat
Goed bereide kaneel-walnootbroodjes hebben een zachte, luchtige binnenkant met duidelijk zichtbare spiralen van kaneel en bruine suiker. De geroosterde walnoten zorgen voor een knapperig contrast met het malse deeg, terwijl het roomkaasglazuur een rijke, romige afwerking geeft.
Serveer ze warm met een zachter, licht smeltend glazuur of laat ze wat verder afkoelen voor een dikkere laag. In beide gevallen blijven de kaneelsuiker, de walnoten en het zachte gistdeeg centraal staan in deze huisgemaakte kaneel-walnootbroodjes.
