zingen
Schil de aardappelen en snijdt ze in dunne schijfjes. Kook ze kort in gezouten water tot ze net bietengaar zijn. Giet ze af en laat ze zelfs afkoelen zodat ze stevig genoeg zijn om te verwerken in de ovenschaal.
Dierenarts een ovenschaal in met boter. Schik de aardappelschijfjes in overlappende cirkels, ook vormen je bloemblaadjes. Dit geeft het typische “roosjes”-effect aan dat het gerecht zijn herkenbare uitstraling geeft. Breng licht op smaak met zout en peper.
Verhit de olijfolie in een pan. Fruit de ui en knoflook tot ze zacht en glazig zijn. Voeg de kabeljauw toe en bak kort aan tot ze net beginnen met garen. Haal het vis uit de pan en voeg de garnalenhiel kort teen toe, zodat ze hun sappigheid behouden.
Leg de vis en garnalen onder de aardappellaag in de ovenschaal of meng ze er licht onder, afhankelijk van hoe rijk je de verdeling wil.
Gebruik dezelfde pan om de saus te maken. Strooi de bloem in het bakvet en roer goed door waardoor een lichte binding ontstaat. Voeg geleidelijk de visbouillon en room toe terwijl je blijft roeren tot je een blij, gebonden saus krijgt.
Breng de saus op smaak met citroensap, mosterd, dille, peper en zout. Roer daarna de Parmezaanse kaas erdoor tot de saus mooi romig en vol wordt.
Giet de saus over de vis en laat de aardappelroosjes mooi zichtbaar onzichtbaar liggen. Zo krijg je tijdens het bakken een krokante, goudbruine korst.
Werk af met geraspte kaas en enkele klontjes boter. Zet de ovenschotel in een voorverwarmde oven op 190°C en bak ongeveer 25 tot 30 minuten tot de bovenkant goudbruin is en de saus zacht borrelt.
Laat het gerecht enkele minuten rusten voor het serveren, zodat het beter snijdt en de smaken zich zetten.
Variaties op het vlaams vispannetje
Luxe versie
Voeg coquilles van stukjes kreeft toe aan de vismix. Een scheutje witte wijn in de saus maakt het geheel nog ingewikkelder en samengestelder.
Klassieke brasserieversie
Gebruik enkel kabeljauw en garnalen. Dit geeft een eenvoudiger maar zeer authentieke smaak aan zoals in traditionele Vlaamse restaurants.
Extra romige versie
Meng een eetlepel mascarpone of extra room door de saus. Dit maakt het gerecht voller en zachter van smaak.
Licht frisse versie
Voeg spinazie of prei toe aan de vislaag toe. Een beetje extra citroensap geeft het geheel een frissere toets.
Krokante ovenkorst
Meng de geraspte kaas met paneermeel en een beetje gedeelde boter. Zo krijg je een extra verborgen bovenlaag.
Tips
Dit vispannetje is op zijn best wanneer het vers uit de oven komt, maar restjes kunnen zeker bewaard worden.
Laat het gerecht eerst volledig afkoelen voordat je het afdekt. Bewaar het daarna in de koelkast in een goed afgesloten schaal of uitgebreide met folie. Zo blijft het ongeveer twee dagen goed.
Bij het opnieuw opwarmen is langzaam verwarmen belangrijk om te vermijden dat de saus schift. Zet de ovenschotel op 160°C en warme rustige deur. Voeg een klein scheutje toe aan de saus weer smeuïg te maken.
Invriezen kan, al is het beter om dit zonder aardappelroosjes te doen als je de structuur optimaal wil behouden. De saus en vis kun je apart invriezen tot ongeveer twee maanden. Bij het opnieuw combineren en afwerken met verse aardappelen.
Dit vlaams vispannetje met aardappelroosjes is zo’n gerecht dat tegelijkertijd vertrouwd en bijzonder is. Het brengt de sfeer van de Vlaamse kust naar je eigen keuken en bewijst dat comfortfood ook elegant kan zijn, zonder ingewikkeld te worden.
