Kip in romige mosterdsaus met puree en wortelen

Schil de aardappelen en snijd ze in stukken. Probeer de stukken ongeveer even groot te maken, zodat ze tijdens het koken gelijkmatig zacht worden. Doe de aardappelen in gezouten water en kook ze 20 minuten.
Controleer na het koken of de aardappelen volledig zacht zijn. Ze moeten gemakkelijk fijn te stampen zijn zonder harde stukjes achter te laten. Giet ze daarna goed af. Door overtollig kookwater te verwijderen, voorkom je dat de puree te waterig wordt.

Stamp de aardappelen fijn met 20 g boter. Voeg vervolgens de warme melk toe en werk deze rustig door de aardappelen. Breng op smaak met zout en nootmuskaat. Blijf stampen en mengen tot de puree zacht en gelijkmatig is en de boter en melk volledig zijn opgenomen.

Een goede aardappelpuree vormt straks een zachte basis naast de kip en de saus. Zorg daarom dat er zo weinig mogelijk grote aardappelstukjes achterblijven en dat de puree niet onnodig lang wordt bewerkt zodra de gewenste structuur is bereikt.

Schil ondertussen de 6 wortels. Stoom ze 15 minuten. Na het stomen moeten de wortels zachter zijn, maar nog voldoende structuur behouden om ze daarna in de koekenpan verder te bereiden.
Smelt 10 g boter met 1 theelepel honing in een koekenpan. Zodra de boter is gesmolten en de honing ermee is vermengd, leg je de gestoomde wortels in de pan. Bak ze 5 minuten en keer ze tijdens het bakken zodat de boter en honing zich rondom de wortels kunnen verdelen.

Breng de wortels op smaak met zout. Tijdens deze laatste bereiding krijgen ze een glanzend laagje en wordt de lichte zoetheid van de honing gecombineerd met de boter. Houd ze in beweging wanneer dat nodig is, zodat het mengsel zich gelijkmatig verdeelt.

Breng de 2 kipfilets aan beide kanten op smaak met zout en peper. Verhit een beetje olie in een koekenpan en leg de kipfilets in de pan zodra deze klaar is om te bakken.
Bak de kipfilets 6 minuten aan elke kant. Laat ze tijdens het bakken voldoende contact houden met de pan, zodat ze aan de buitenkant mooi goudbruin kunnen worden. Draai ze na de eerste 6 minuten om en bak ook de andere kant volgens dezelfde bereiding.

Zodra de kipfilets goudbruin zijn, haal je ze uit de pan en zet je ze apart. Dezelfde koekenpan wordt vervolgens gebruikt voor de saus. Daardoor blijven de smaken die tijdens het bakken van de kip in de pan zijn achtergebleven onderdeel van het gerecht.

De romige mosterdsaus maken
Hak de sjalot fijn. Fruit de fijngehakte sjalot in dezelfde koekenpan waarin de kipfilets zijn gebakken. Laat de sjalot rustig bakken zodat deze zachter wordt en zich goed kan mengen met de overige ingrediënten van de saus.
Voeg daarna 1 eetlepel mosterd, 50 ml kippenbouillon en 100 ml slagroom toe. Meng alles zorgvuldig zodat de mosterd zich gelijkmatig door de bouillon en room verdeelt. De saus moet een samenhangend geheel vormen zonder afzonderlijke klontjes mosterd.

Laat de saus 3 minuten inkoken. Tijdens het inkoken wordt de saus iets geconcentreerder en krijgt ze een romigere structuur. Roer indien nodig zodat de ingrediënten gelijkmatig gemengd blijven en de saus overal dezelfde consistentie krijgt.

Let vooral op de structuur: de saus moet vloeibaar genoeg blijven om over de kip en eventueel naast de puree te kunnen worden geserveerd, maar door het inkoken wel duidelijk voller worden dan direct na het toevoegen van de bouillon en slagroom.

Leg de eerder gebakken kipfilets terug in de koekenpan met de mosterdsaus. Laat ze nog 2 minuten in de saus liggen.
Draai of beweeg de kipfilets voorzichtig zodat de saus goed rondom het vlees komt. Hierdoor worden de goudbruin gebakken kipfilets bedekt met de romige mosterdsaus en kunnen de smaken zich in de laatste minuten van de bereiding goed met elkaar verbinden.

Gebruik deze laatste 2 minuten vooral om de kip en de saus samen af te werken. De saus moet zich als een romige laag om de kip verdelen zonder dat de oorspronkelijke goudbruine buitenkant volledig verloren gaat.

Alles tegelijk klaarzetten
Wanneer de kip in de saus ligt, kunnen de aardappelpuree en wortelen alvast worden gecontroleerd. De puree hoort zacht en warm te zijn, terwijl de wortelen hun glanzende laagje van boter en honing behouden.

Omdat de verschillende onderdelen afzonderlijk worden bereid, is het handig om ze pas vlak voor het serveren samen te brengen. Zo blijft de puree zacht, blijven de wortelen mooi herkenbaar en kan de kip rechtstreeks uit de romige mosterdsaus op het bord worden gelegd.

Serveren
Verdeel de aardappelpuree over de borden en leg de wortelen ernaast. Leg op ieder bord een kipfilet en schep de romige mosterdsaus over de kip.
Bestrooi het gerecht tot slot met fijngehakte platte peterselie. De peterselie zorgt voor een frisse afwerking en vormt een mooi contrast met de lichte puree, de romige saus en de wortelen.

Serveer het gerecht terwijl de kip, saus, puree en wortelen nog warm zijn. Zo blijven de verschillende structuren het duidelijkst: zachte aardappelpuree, malse kipfilet met romige saus en wortelen die eerst zijn gestoomd en daarna kort zijn gebakken.

Praktische aandachtspunten
Snijd de aardappelen voor het koken in gelijkmatige stukken. Daardoor worden ze ongeveer tegelijk gaar en is de puree gemakkelijker egaal te stampen.

Laat de aardappelen na het koken goed uitlekken voordat de boter en warme melk worden toegevoegd. Te veel achtergebleven water kan de structuur van de puree dunner maken.

Bij de kip is het belangrijk om de aangegeven baktijd gelijkmatig over beide kanten te verdelen. De kip wordt eerst apart gebakken en komt daarna nog 2 minuten terug in de saus.

Maak de saus in dezelfde koekenpan waarin de kip is gebakken. De fijngehakte sjalot vormt de eerste basis, waarna mosterd, kippenbouillon en slagroom samen worden toegevoegd en 3 minuten inkoken.

De wortelen krijgen hun uiteindelijke afwerking pas nadat ze 15 minuten zijn gestoomd. De 5 minuten in de pan met boter en honing zijn bedoeld om ze met het boter-honingmengsel te bedekken en het onderdeel volledig af te maken.

Een complete maaltijd voor twee
Het eindresultaat bestaat uit drie duidelijke onderdelen die elkaar aanvullen. De aardappelpuree is zacht en mild, de wortelen combineren boter met een kleine hoeveelheid honing en de kip wordt omhuld door een romige saus waarin mosterd, slagroom, kippenbouillon en sjalot samenkomen.

Door ieder onderdeel volgens de aangegeven volgorde te bereiden en alles pas op het einde samen te serveren, blijft het gerecht overzichtelijk en komen zowel de smaken als de verschillende structuren goed tot hun recht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *