Zacht Turks yoghurtbrood uit de pan
Dit zachte Turkse brood wordt bereid met slechts drie eenvoudige ingrediënten: bloem, lauwwarm water en yoghurt. De yoghurt geeft het deeg een aangename zachtheid, terwijl het bakken in een hete pan zorgt voor goudbruine plekjes en een licht krokante buitenkant. De binnenkant blijft soepel, luchtig en mals.
Het brood is heerlijk wanneer het nog warm is. Serveer het bij soep, salades, gegrild vlees of verschillende dips. Je kunt het ook gebruiken om beleg in te rollen of om saus van het bord op te nemen.
Ingrediënten
8½ glazen bloem, ongeveer 1,1 kg
1,7 glas lauwwarm water, ongeveer 400 ml
1,7 glas yoghurt, ongeveer 400 ml
Benodigdheden
Een grote mengkom
Een stevige lepel
Een schoon werkblad
Een deegroller
Een koekenpan met dikke bodem
Een schone theedoek
Bereiding
1. Bereid de vloeibare ingrediënten
Doe de yoghurt in een grote mengkom. Voeg het lauwwarme water geleidelijk toe en roer tot de yoghurt en het water volledig met elkaar zijn vermengd.
Het water mag niet heet zijn. Lauwwarm water maakt het gemakkelijker om een soepel en gelijkmatig deeg te vormen.
2. Voeg de bloem toe
Voeg de bloem niet in één keer toe, maar werk in verschillende porties. Roer na iedere toevoeging goed door, zodat de bloem de vloeistof gelijkmatig kan opnemen.
Wanneer het deeg te stevig wordt om met een lepel te mengen, kun je verdergaan met je handen. Blijf kneden totdat alle droge bloem is opgenomen.
De exacte hoeveelheid bloem die nodig is, kan licht verschillen. Dit hangt onder andere af van de dikte van de yoghurt en het opnamevermogen van de bloem. Het uiteindelijke deeg moet zacht en soepel zijn, maar mag niet sterk aan je handen blijven kleven.
3. Kneed het deeg
Leg het deeg op een licht met bloem bestoven werkblad. Kneed het enkele minuten door totdat het oppervlak gladder wordt en het deeg elastisch aanvoelt.
Gebruik niet onnodig veel extra bloem tijdens het kneden. Wanneer er te veel bloem wordt toegevoegd, kunnen de broden na het bakken droog en stevig worden. Een enigszins zacht deeg levert juist een malser eindresultaat op.
4. Laat het deeg rusten
Vorm het deeg tot een grote bol en leg het terug in de mengkom. Dek de kom af met een schone theedoek en laat het deeg even rusten.
Tijdens deze rustperiode ontspant het deeg. Daardoor kan het later gemakkelijker worden verdeeld en uitgerold zonder dat het voortdurend terugkrimpt.
5. Verdeel het deeg
Leg het gerustgestelde deeg opnieuw op het werkblad en verdeel het in ongeveer even grote porties. Rol iedere portie tussen je handen tot een glad bolletje.
Dek de deegbolletjes af terwijl je werkt. Zo voorkom je dat het oppervlak uitdroogt of een hard korstje vormt.
6. Rol de broden uit
Bestuif het werkblad en de deegroller heel licht met bloem. Neem één deegbolletje en rol het uit tot een ronde, gelijkmatige plak.
Rol het deeg niet extreem dun uit. Een iets dikkere plak geeft een zachter brood met een luchtigere binnenkant. Probeer alle broden ongeveer even dik te maken, zodat ze gelijkmatig garen.
7. Verwarm de pan
Zet een koekenpan met dikke bodem op middelhoog vuur en laat deze goed warm worden. De pan moet heet genoeg zijn om het deeg snel te bakken, maar niet zo heet dat de buitenkant verbrandt voordat de binnenkant gaar is.
Er hoeft geen grote hoeveelheid vet in de pan te worden gebruikt. Het deeg kan in een droge of slechts heel licht ingevette pan worden gebakken.
8. Bak het Turkse brood
Leg voorzichtig één uitgerolde deegplak in de warme pan. Laat de eerste kant bakken totdat er luchtbellen verschijnen en de onderkant goudbruine plekjes heeft gekregen.
Draai het brood vervolgens om en bak ook de andere kant. Druk het brood niet voortdurend plat, want de luchtbellen helpen om een zachte en luchtige structuur te krijgen.
Pas indien nodig de temperatuur aan. Wordt het brood te snel donker, zet het vuur dan iets lager. Blijft het bleek en droogt het langzaam uit, verhoog de temperatuur dan een beetje.
Herhaal dit proces met de overige deegporties.
9. Houd de broden zacht
Leg ieder gebakken brood direct op een bord en dek het af met een schone theedoek. Stapel de broden op elkaar terwijl je verder bakt.
De warmte en lichte stoom tussen de broden zorgen ervoor dat ze zacht en buigzaam blijven. Laat ze daarom niet onafgedekt op het werkblad afkoelen.
Hoe weet je wanneer het brood gaar is?
Een goed gebakken Turks brood heeft verspreide goudbruine plekjes aan beide kanten. Het oppervlak voelt droog aan, terwijl het brood zelf nog soepel blijft. Wanneer je het voorzichtig buigt, mag het niet onmiddellijk breken.
