Deze smeuïge citroencake combineert een zacht cakebeslag met een frisse citroencrème en een knapperige laag geschaafde amandelen. De citroen komt op verschillende manieren terug: het versgeperste sap vormt de basis van de crème, terwijl de fijngeraspte citroenschil door het beslag voor een uitgesproken, geurig aroma zorgt.
Het resultaat is een cake met verschillende structuren in één plak. De cake zelf blijft zacht en luchtig, de citroencrème zorgt voor een romige en frisse laag en de amandelen krijgen tijdens het bakken een licht geroosterde smaak. Juist die combinatie maakt deze cake geschikt om rustig in plakken te serveren bij thee, koffie of een koud drankje.
Voor het mooiste resultaat is het belangrijk om de verschillende onderdelen zorgvuldig in de juiste volgorde te bereiden. Vooral bij de citroencrème is goed mengen belangrijk: het maïszetmeel moet volledig oplossen voordat de pan op het vuur gaat. Bij het cakebeslag draait het juist om terughoudend mengen zodra de bloem is toegevoegd. Zo blijft het beslag mooi glad zonder onnodig zwaar te worden.
Ingrediënten
Voor 6 tot 8 personen.
Voor de citroencrème
1 cup versgeperst citroensap
¾ cup water
4 eetlepels suiker
2 eetlepels maïszetmeel
Voor de cake
3 eieren
1 cup suiker
1 cup melk
½ cup neutrale olie
Fijngeraspte schil van één citroen
2½ cup bloem
2 zakjes bakpoeder
50 g geschaafde amandelen
Bereiding
1. De citroencrème bereiden
Doe het versgeperste citroensap, het water, de suiker en het maïszetmeel in een steelpan. Meng deze ingrediënten eerst terwijl alles nog koud is. Dit is een belangrijk detail, omdat maïszetmeel zich veel gemakkelijker gelijkmatig laat verdelen in een koude vloeistof dan wanneer het mengsel al warm begint te worden.
Klop het mengsel zorgvuldig door elkaar totdat het maïszetmeel volledig is opgelost. Kijk vooral goed naar de bodem en de hoeken van de pan, waar droge restjes zich gemakkelijk kunnen verzamelen. Het mengsel moet op dit moment dun en volledig glad zijn, zonder zichtbare witte klontjes maïszetmeel.
Neem hier rustig de tijd voor. Wanneer het maïszetmeel vóór het verwarmen goed is verdeeld, kan de crème tijdens het verwarmen gelijkmatig indikken. Dat helpt om een gladde, romige structuur te krijgen in plaats van een crème met kleine klontjes.
Zet de steelpan vervolgens op middelhoog vuur. Verwarm het mengsel al kloppend en blijf voortdurend roeren terwijl de temperatuur stijgt. In het begin blijft het mengsel vrij vloeibaar, maar naarmate het warmer wordt, zal het maïszetmeel zijn werk beginnen te doen.
Blijf vooral langs de bodem van de pan bewegen. Zodra de crème begint in te dikken, gaat dit meestal duidelijk merkbaar: de vloeistof wordt minder waterig, blijft iets langer aan de garde hangen en krijgt geleidelijk een gladdere en vollere structuur.
Roer door totdat de consistentie doet denken aan een gladde, romige lemon curd. De crème moet voldoende dik zijn om later over het beslag verdeeld te kunnen worden, maar moet tegelijkertijd soepel blijven. Een egaal uiterlijk zonder klontjes is hier het belangrijkste teken dat de bereiding goed verloopt.
Haal de pan van het vuur zodra de gewenste dikte is bereikt. Laat de citroencrème enkele minuten afkoelen. Door de pan van het vuur te halen voorkom je dat de crème verder blijft indikken door directe verhitting.
Dek de crème daarna af met plasticfolie. Druk de folie rechtstreeks op het oppervlak van de crème. Dat directe contact helpt voorkomen dat zich tijdens het afkoelen een droog velletje bovenop vormt.
Zet de afgedekte citroencrème in de koelkast en laat haar volledig afkoelen. Tijdens het afkoelen wordt de crème steviger. Dat is precies de bedoeling, omdat een goed gekoelde crème straks beter over het cakebeslag kan worden verdeeld.
Gebruik de crème niet terwijl ze nog warm is. Het cakebeslag is bedoeld om als afzonderlijke, zachte basis te blijven bestaan, en een volledig afgekoelde crème laat zich veel gecontroleerder aanbrengen.
2. Het cakebeslag bereiden
Doe de suiker in een grote mengkom en voeg de fijngeraspte citroenschil toe. Zorg ervoor dat je alleen de fijn geraspte schil gebruikt zoals aangegeven. De citroenschil is hier niet alleen voor de smaak, maar vooral voor het frisse aroma dat door de hele cake verspreid wordt.
Wrijf de suiker en de citroenschil voorzichtig tussen je vingers. Door deze beweging worden de aromatische oliën uit de citroenschil beter door de suiker verdeeld. Je merkt daarbij meestal dat de suiker vochtiger en geuriger begint aan te voelen.
Ga door totdat de citroengeur duidelijk uit de kom komt en de fijne rasp gelijkmatig door de suiker is verdeeld. Deze eenvoudige handeling zorgt ervoor dat de citroenschil niet op enkele plekken geconcentreerd blijft, maar later beter door het volledige beslag kan worden gemengd.
Voeg vervolgens de 3 eieren toe. Klop de eieren met de citroensuiker totdat het mengsel glad en licht schuimig is. Het mengsel hoeft niet extreem luchtig opgeklopt te worden; het doel is vooral dat de eieren en suiker goed met elkaar zijn vermengd en de structuur egaal wordt.
Let op het uiterlijk van het mengsel. Zodra er geen afzonderlijke sporen van ei meer zichtbaar zijn en de massa homogeen en iets lichter oogt, kun je verdergaan.
Giet vervolgens 1 cup melk en ½ cup neutrale olie erbij. Meng opnieuw zorgvuldig totdat de vloeibare ingrediënten volledig zijn opgenomen. In deze fase is het beslag nog dun, wat normaal is. Zorg vooral dat de olie niet als losse laag aan het oppervlak blijft liggen.
Meng rustig totdat het geheel weer egaal is. De neutrale olie draagt bij aan de zachte structuur van de cake zonder het citroenaroma te overheersen.
Zeef de 2½ cup bloem samen met de 2 zakjes bakpoeder. Door bloem en bakpoeder samen te zeven, worden eventuele klontjes verwijderd en wordt het bakpoeder gelijkmatiger door de bloem verdeeld.
Voeg het bloemmengsel vervolgens geleidelijk aan de kom toe. Werk liever in gedeelten dan alles in één keer krachtig door het vloeibare mengsel te roeren. Zo kun je de bloem gemakkelijker opnemen en verklein je de kans op droge plekken of klontjes.
Meng iedere toevoeging rustig door het beslag en stop zodra de bloem is opgenomen. Schraap indien nodig langs de zijkanten en bodem van de mengkom zodat er geen droge bloem achterblijft.
Het uiteindelijke beslag moet glad, egaal en klontvrij zijn. Zodra dat punt is bereikt, is verder mengen niet nodig. Overmatig mengen nadat de bloem is toegevoegd kan de structuur van de cake minder zacht maken.
Het beslag hoeft er dus niet extreem luchtig uit te zien. Een gelijkmatige, gladde massa is voldoende. De combinatie van het bakpoeder en de zorgvuldige bereiding zorgt tijdens het bakken voor de gewenste structuur.
3. De cake samenstellen
Verwarm de oven voor op 180°C. Het is belangrijk dat de oven al op temperatuur is wanneer de samengestelde cake erin gaat, zodat het beslag direct gelijkmatig kan beginnen te bakken.
Vet de cakevorm goed in met boter en bestuif hem vervolgens met bloem. Besteed hierbij aandacht aan de bodem, de hoeken en de zijkanten van de vorm. Een gelijkmatig ingevette en met bloem bestoven vorm maakt het later gemakkelijker om de cake los te maken zonder de zachte buitenkant onnodig te beschadigen.
Giet het voorbereide cakebeslag in de bakvorm. Verdeel het beslag rustig zodat het vanzelf zoveel mogelijk gelijkmatig over de vorm loopt.
Strijk het oppervlak vervolgens voorzichtig glad met een spatel. Probeer daarbij niet krachtig in het beslag te drukken. Het doel is uitsluitend een gelijkmatig oppervlak te krijgen waarop de citroencrème kan worden verdeeld.
Haal nu de volledig afgekoelde citroencrème uit de koelkast. Door het koelen is de crème steviger geworden. Klop haar daarom kort door zodat ze opnieuw glad en smeerbaar wordt.
Roer alleen zolang als nodig is om de structuur weer soepel te maken. De crème moet gemakkelijk te verdelen zijn, maar hoeft niet opnieuw luchtig te worden geklopt.
Verdeel de citroencrème voorzichtig over het cakebeslag. Werk rustig zodat de crème zo gelijkmatig mogelijk over het oppervlak terechtkomt en het beslag eronder niet onnodig wordt verplaatst.
Strooi daarna de 50 g geschaafde amandelen royaal over het oppervlak. Probeer ze gelijkmatig te verdelen zodat er na het bakken op iedere plak een combinatie van zachte cake, citroencrème en geroosterde amandelen zit.
Controleer voordat de vorm in de oven gaat nog eenmaal of het oppervlak redelijk gelijkmatig is. Daarna hoeft de cake niet meer te worden bewogen of gemengd.
De cake bakken
4. Bakken op 180°C
Plaats de samengestelde cake in de oven die is voorverwarmd op 180°C. Zorg er bij dit recept voor dat de warmte in het begin vooral van onderen komt. Daardoor krijgt het cakebeslag de kans om goed te rijzen en tot in de kern gaar te worden zonder dat de geschaafde amandelen aan de bovenkant te snel donker kleuren.
De exacte baktijd hangt af van de gebruikte bakvorm en van de oven. Daarom is het bij deze cake belangrijker om naar de gaarheid te kijken dan alleen naar een vaste tijd. Verschillende ovens kunnen bij dezelfde ingestelde temperatuur immers anders bakken.
Observeer tijdens het bakken vooral hoe de cake zich ontwikkelt. Het beslag moet geleidelijk steviger worden en de bovenkant moet zijn vorm krijgen. De amandelen mogen in deze eerste fase nog niet te sterk kleuren.
Probeer de cake voldoende tijd te geven om van binnen te garen voordat de bovenkant extra wordt gekleurd. Dat is precies waarom de warmte aanvankelijk vooral van onderen moet komen.
Wanneer je denkt dat de cake gaar is, controleer je dit met de punt van een mes. Steek de punt in het cakegedeelte en trek hem er weer uit. Het mes moet er schoon uitkomen. Dit is een duidelijker teken van gaarheid dan alleen de kleur van de bovenkant.
Komt er nog zichtbaar nat cakebeslag mee, dan is de binnenkant nog niet voldoende gaar. De buitenkant kan er dan al mooi uitzien terwijl de kern nog verder moet bakken. Vertrouw daarom op de combinatie van uiterlijk en de controle met het mes.
Zodra de cake volledig gaar is, schakel je voor enkele minuten de bovenwarmte in. Deze laatste fase is bedoeld om de geschaafde amandelen mooi af te werken.
Blijf tijdens deze stap in de buurt van de oven en houd de bovenkant nauwlettend in de gaten. Geschaafde amandelen zijn dun en kunnen daardoor vrij snel van licht goudbruin naar te donker gaan.
De gewenste kleur is licht goudbruin. Op dat moment zien de amandelen geroosterd uit en ontstaat er een mooi contrast met de zachte cake en de citroencrème eronder.
Zodra die kleur is bereikt, haal je de cake uit de oven. Laat hem niet langer onder de bovenwarmte staan dan nodig is om de amandelen hun licht geroosterde kleur te geven.
